About

Bertolf – First & Then

Het idee was dat er nooit meer een Bertolf-album zou verschijnen. Want hoe goed zijn derde titelloze plaat ook werd ontvangen en hoeveel mensen ook flink werden geraakt door single ‘Mary’, Bertolf Lentink kondigde in 2012 aan dat hij zou stoppen als solo-artiest. Een opluchting was het niet. Nodig was het wel. Zijn obsessieve manier om aan een plaat te werken – 60 nummers schrijven, er 12 overhouden – had zijn tol geëist, maar belangrijker: Bertolf voelde zich ongemakkelijk op het podium, zo middenin de spotlight, zo ontzettend vooraan. De in Zwolle woonachtige zanger/gitarist had behoefte aan een andere rol. Iets minder in het centrum van de aandacht dus.

Alleen bestaat in het universum van Bertolf niet zoiets als het rustig aandoen. Met zijn nieuwe band Color Reporters brengt hij een frisse debuutplaat uit. Met het gezelschap Her Majesty speelt hij in de theaters een ode aan Abbey Road van The Beatles. Met Kasper van Kooten maakt hij het album Harde Noten waarmee ze ook op de planken staan. Het is Van Kooten die Bertolf dwingt te praten en presenteren. Van Kooten zegt: ‘Bertolf, jij lult prima.’ Het zorgt ervoor dat Bertolf groeit. Het podiumbestaan voelt steeds natureller aan. Nadat Bertolf ook huiskamerconcerten begint te geven, momenten waarop een muzikant op z’n kwetstbaarst is, merkt hij het: ik ben er doorheen.

Het eerste nieuwe liedje ‘Apple Of My Eye’ schrijft Bertolf als hij met de gitaar op de bank zit en zijn zoontje ziet kruipen: de tekst komt haast vanzelf. Na alle samenwerkingen merkt Bertolf dat hij solo toch zijn meest persoonlijke liedjes maakt. Er is ook voldoende gebeurd in die paar jaar tijd. De geboorte van zijn zoon is natuurlijk de meest concrete gebeurtenis, maar de groei en de inzichten in wie hij als muzikant is, zijn ook sterk aanwezig. Het is, kortom, zeker geen toeval dat het album First & Then heet. Het is voor Bertolf duidelijk dat er een vierde soloplaat moet komen. Een die er over het verstrijken van tijd gaat, en wat het met hem doet. Bertolf solo leeft weer. De strijd is opnieuw begonnen.

Met de ervaring van de huiskamerconcerten heeft Bertolf één doel in zijn achterhoofd: hij wil liedjes schrijven die in zijn eentje ook overeind blijven. Hij las het al in de biografie van Graham Nash (The Hollies, Cosby Stills Nash & Young): als je het met alleen gitaar en stem niet haalt, is het geen goed liedje. De basis van First & Then ligt dus in zijn herkenbare gitaarspel, maar Bertolf blijft van de more is more-benadering. Elk liedje is rijk ingekleurd, vaak met strijkers en blazers, zodat de gouden melodieën het beste opbloeien. Het is daarvoor een goede keus geweest om met Martijn Groeneveld in de Mailman Studio op te nemen. Het geluid waar Bertolf van houdt is steeds meer verfijnd, namelijk de sound van westcoast singer/songwriters uit de jaren ’70 als James Taylor en Jackson Browne of artiesten van nu die ook uit die periode putten zoals Ron Sexsmith. Bertolf geeft bewust volop ruimte aan wat hem zo eigen maakt, zoals het gitaarspel waar een bluegrass-achtergrond in doorklinkt en natuurlijk zijn melancholische stemgeluid. First & Then ligt op alle fronten heel dicht bij Bertolf zelf.

Het is hem goed bevallen, een plaat in de luwte opnemen, terwijl niemand het van je verwacht. De druk van buitenaf is er even af. Maar de drang vanbinnen heeft z’n werk gedaan. Het is bij de eerste luisterbeurt meteen duidelijk: deze plaat moest er komen. Nog nooit heeft Bertolf meer lovende reacties gehad op een liedje als bij de release van de eerste First & Then-single ‘Jericho.’ Wat een mooi nummer en wat een sterke comeback. De verrassing bij de liefhebbers zal nog groter zijn als blijkt dat First & Then er vol mee staat. Van begin tot eind.

En even voor de duidelijkheid: stoppen staat niet meer op de wensenlijst van Bertolf. Wie First & Then hoort, begrijpt waarom.